Men kan het schrift als opvolger van de lei zien. En inderdaad hebben schriften, notitie- en cursusblokken voor een groot deel in het schoolleven de lei vervangen. In plaats van de lei (vanaf de zestiger jaren meestal uit kunststof die het krijtbord als materiaal voor de lei verving) met schrijflijnen op de ene en ruiten op de andere zijde. In plaats van bordschoner (het stevige karton voor de lei), griffel (die vanwege de gelijke dikte als de lei voor grijze resten zorgde) en griffeletui evenals sponsje (voor het verwijderen van schrijfvlekken) en sponsblikje zijn nu slechts dunne schriften nodig. De leien kregen met de jaren een extreen ruw oppervlak, de schriften behouden hun oppervlak jarenlang. Zo kunnen voormalige penners altijd nog een keer terugkijken in hun oude schrift en de smaak van vroeger op de tong proeven.
De historici zullen hier aanvoeren dat schriften niet pas in de zestiger en zeventiger jaren de schoolbanken veroverden. Daar kunnen zij gelijk in hebben want schriften waren al in de 18e eeuw bekend. Vervolgens heeft het vervangingsproces rond 200 jaar geduurd. Echter, zeer lang waren schriften in vergelijking ook zeer duur. Ook de inkt was zeer lang wezenlijk duurder als de griffel. Verbeterde productiemethoden bij papier en gebruik van kunststof hebben er pas voor gezorgd dat veel kantoormaterialen en schrijfwaren duidelijk goedkoper werden.
Dat is natuurlijk ook een reden voor de variatie in schriften. Met brede of smalle rand, A5 of A4, dwars of liggend formaat, met minder of meer hulplijnen (voor les in netjes schrijven) - het spectrum is inmiddels zeer omvangrijk.